Brink-plan …

Gisterenavond is in het Brinkhuis een schetsmodel voor de Brink gepresenteerd. Belangrijkste punten zijn:
– het merendeel van de bomen zal geen tien jaar meer staan; vervanging door andere soorten (meer diversiteit) is nodig
– de huidige voetpaden rond de Brink worden vervangen door paden ‘in het gras’
– de plaats van de poffertjeskraam wordt een dorpserf, met daarbij een kiosk en een (de) muziektent en met een wand afgeschermd van de Brink
– ook het Winter Village (voorheen ijsbaantje) zou daar een plaats moeten krijgen, al dan niet ingedikt
– de directe omgeving van het oorlogsmonument moet meer allure en waardigheid krijgen
– de bank en de pomp zullen enigszins worden verplaats, zodat ze wat beter tot hun recht zullen komen

Er werden tal van vragen gesteld (‘hoe zit het met de eendjes, de hangjongeren, graffiti, het parkeren (niet meer aan de Torenlaan-zijde) en het werd ook duidelijk dat er in ieder geval bij de aanwezigen weinig sympathie bestaat voor het Winter Village. Aanwezige: ‘Veranderd van een aardig ijsbaantje in platte grootschalige regio-horeca met ergens achteraf een ijsbaantje.’ Applaus. Wethouder Calis probeerde als volgt wat tegengas te geven:’Alle scholen maken er gebruik van, er zijn zeker 80 vrijwilligers en het is een Anton Pieck-element’. Geen applaus.

Oog zegt:
‘Eerder is van deze kant voorgesteld de Brink de hoedanigheid te geven van binnendorps stiltegebied. Daar wordt nu aan toegevoegd: de conditie en toekomstverwachting van de bomen – hét kenmerk van deze Brink – zijn schrikbarend slecht en voor de status, functie en cultuur-historie van Laren uiterst bedreigend. In plaats van voor veel geld hier wat inspraakachtige en plantsoenvormende landschapsarchitectuur te gaan bedrijven én ruimte te blijven geven aan niet-passende activiteiten, is het zeer noodzakelijk om een reddingsplan te bedenken voor met name de natuurkant van de Brink. Het is voor dit kenmerkende deel van Laren, code rood, één minuut voor twaalf, de dood staat aan de rand. Laren moet af van het denken dat de Brink vooral een sfeervol decor is voor consumptief gedrag en artistieke welstandigheid. De Brink is een dorpsgedeelte in doodsnood.’

Binnendorps stiltegebied

Maak van de Brink een binnendorps stiltegebied.
Een plek die alleen toegankelijk is voor voetgangers, waar wat paden liggen waarlangs men kan mijmeren, waar een paar zitjes zijn waar men kan converseren, nadenken of een boek lezen, waar met diverse aanplant en botanische voorzieningen een universum wordt gecreëerd van beschaving en duurzaamheid, van ruimte voor het zelf, een tegenwicht voor de leegheid en het geraas van het leven van alle dag. Her en der fraaie banken, mooie lichtarmaturen, een paar beelden. Ontdaan van claims van de hangende schooljeugd, ontdaan van ‘sfeerzoekende’ ijsbaanhoreca, ontdaan van in ‘art’ vermomde commercie en nep-identiteit. Plus het in/aan de aangrenzende straten/lanen verwijderen van illegale objecten en het stringent handhaven van wet- en regelgeving wat betreft hekken en hagen op de erfgrens.

Zo zal er een locatie ontstaan die kan bijdragen aan de sociale cohesie, aan rust en dorps zelfrespect – een permanente in- en uitademing van individuele bescheidenheid en een collectieve zorg voor het bestaan.

Laat die plataan maar staan!

Aan het Dokter Keemanpaadje moeten vier sociale-huurwoningen komen. Puck (91) en Bep (89), beiden bewoonsters van de achterliggende Pastoor Hendriksflat, zijn in actie gekomen om de kap van negen bomen tegen te gaan. Puck: ‘Iedereen een dak boven z’n hoofd, dat kunnen we begrijpen. Maar dat kan hier ook zonder bomenkap.’ Vooral de majestueuze plataan – met een omtrek van 3,50 meter en een doorsnede van 111 cm – gaat de dames aan het hart. Puck: ‘En anderen ook. We hebben inmiddels ruim vijftig handtekeningen van omwonenden die tegen de kap zijn én die willen dat het karakteristieke Dokter Keemanpaadje blijft bestaan.’
Beide dames hopen dat de politiek de kwestie oppakt. Volgens hen gaat het immers ook om het woongenot van zowel hun mede-flatbewoners, de bewoners van de Johanneshove en Onder de Bogen als van passanten.

Haha, zelfstandigheid …!

Dit is nog maar een deel van de regionale/gewestelijke bestuurslijnen. En wat te denken van het feit dat circa 75% van de ‘gemeentelijke’ begroting helemaal niet lokaal wordt bepaald.

De Provincie is nu wat betreft herindeling (tijdelijk) afgehaakt. Van het vrijwillige ‘ferm inzetten’ op samenwerking zal maar weinig terechtkomen. De onwil en het onvermogen daartoe zijn de afgelopen jaren (decennia) ruimschoots gebleken.

De Minister zal over drie jaar vaststellen dat de bestuurskracht nog steeds (…) onvoldoende is en zal besluiten tot een integrale fusie per 1 januari 2024. Dan zal er ten opzichte van het nu van tafel verdwenen twee-stappenplan circa vijf jaar tijdwinst worden geboekt.

Dat is – in termen van sociale zorg, financiën, infrastructuur, cultuur en milieu – voor alle inwoners een heel goed vooruitzicht.

Dus dat betekent nog een jaar of vier het geneuzel en gekonkel van de lokale partijtjes?

Ach, beschouw het als ‘couleur locale’, een ‘carnaval permanente’. De politiek ondanks … – dat lukt vast wel.